Verenigingen & Stichtingen
 

150 jaar (en langer) geleden 3

Omstreeks 1854 had Koudum plus minus duizend inwoners. In heel Nederland waren dat er in die tijd ruim drie miljoen. De gemeente H.O.N. was een grietenij met aan het hoofd een grietman.

Deze grietman was ondermeer rechter en notaris in zijn grietenij. Grietmannen waren vaak telgen uit adellijke of aanzienlijke Friese geslachten, waarbij het opvalt dat dit ambt erg lijkt op een familiebedrijf; het ging vaak over van vader op zoon of op een ander familielid. Het ambt was echter ook verhandelbaar. Het kon dus voorkomen dat iemand uit een andere rijke familie het ambt kocht.De laatste grietman - en vanaf 1851 de eerste burgemeester van H.O.N.- was Epke Roos, baron van Asbeck (zu Berge und Munsterhausen). De grietmannen bewoonden states en stinzen, waarvan er eeuwen geleden een aantal in Koudum stond. Galamastate, gebouwd door de roemruchte familie Galama, stond in ?De Fûgelhoek? nabij de Morra. Het gebouw met alles wat erbij behoorde werd in de loop van de achttiende eeuw afgebroken. Epemastate was zuidwestelijk van Koudum gelegen. Het werd rond 1600 bewoond door grietman Douwe van Epema. Deze state is omstreeks 1780 afgebroken. De Grovestins lag midden in Koudum. De stins werd in 1688 door grietman Jacob van der Waeijen gerestaureerd en uitgebreid en er werd een park aangelegd. Diverse grietmannen hebben hier hun domicilie gehad. De Grovestins werd in 1864 verkocht en verdwijnt daarna uit de geschiedenis van Koudum. Later wordt er een nieuw royaal huis gebouwd en dit was later, zoals velen wel weten, de praktijk en het woonhuis van dokter Van den Broek. Meer in het zuiden stond De Kamp, ondermeer bewoond door eerdervermelde grietman Epke. De Kamp werd in 1929 afgebroken en op die plek bouwde men later de Hervormde pastorie. Dan was er nog het buitenverblijf Bovenburen, dat begin negentiende eeuw in gebruik was bij professor Rinse Koopmans, hoogleraar aan het seminarie der Doopsgezinden. Hierover is verder niets bekend. Helaas wordt er in de geschiedschrijving ook niets vermeld over het Keimpe Doniahuis dat in Koudum heeft gestaan. Koudum, gelegen op een hoge zandrug, was eeuwen geleden al een aantrekkelijke (woon)plaats. In de reisgids ?Friesland en de Friezen? (1877) wordt het als volgt omschreven: ?Men vindt zich als bij verrassing in het Gooi verplaatst. We zijn hier in een lommerrijke streek, overal rondom is een golvende bodem. Het dorp is ruim gebouwd, heeft brede straten, met landhuizen in liefelijke tuinen gelegen of met zwaar geboomte omringd. Wie hier de eerste avond in Friesland doorbrengt, kan zich niet voorstellen dat hij in deze noordelijke provincie is verplaatst?. Het was goed toeven in Koudum en dat is het nog steeds.